In het spoor van een architect met visie : J.-P. Cluysenaar

Het ontstaan van de Dender-Waaslijn

Van bij het ontstaan van de spoorwegen in België rijst de vraag of het de taak is van de Staat of van private maatschappijen om spoorwegen aan te leggen en uit te baten. Tegen het einde van 1843 zijn de belangrijkste spoorwegassen aangelegd en ziet de Staat af van nog verder zelf spoorlijnen aan te leggen. Vanaf nu zal de Staat via concessies de uitbouw van het spoorwegnet regelen. De meeste lijnen (buiten Antwerpen - Gent) worden gefinancierd met Engels kapitaal, maar de aanleg en uitbating van de spoorlijn Dender-Waas komt in handen van een Belgische kapitaalgroep op basis van een contract met de Société Générale.


De oprichting van de Société Anonyme du chemin de fer de Dendre-et-Waes is een uitloper van het stukgelopen project uit 1842 van het duo Dubois-Nihoul : Een nieuw op te richten kanaal van Jemappes bij Mons zou Dendermonde verbinden, maar door gebrek aan kapitaal verdwijnt het project in de prullenmand. In 1845 volgt een nieuwe poging : de aanleg van een kanaal én een spoorlijn tussen Ath en Dendermonde door de S.A. du Chemin de fer et canal de la vallée de la Dendre. Ook deze poging strandt nog voor er één dwarsligger gelegd is.


De Société Anonyme du chemin de fer de Dendre-et-Waes et de Bruxelles vers Gand, par Alost legt een spoorweglijn aan vanaf Brussel naar Denderleeuw met een zuidelijke lijn richting Geraardsbergen en Ath, een noordelijke lijn richting Aalst waar de lijn zich splitst in een vertakking richting Gent en een richting Dendermonde en Lokeren. Deze spoorlijn met Belgische financiers (Société Générale) heeft als doel de steenkool uit de Borinage via Geraardsbergen en Aalst naar onder andere Gent en Nederland te brengen.

Aanleg van spoorlijnen

Aalst – Dendermonde (12 km) in gebruik genomen op 09/06/1853

Aalst – Geraardsbergen (30 km) in gebruik genomen op 07/04/1855

Geraardsbergen – Ath (18 km) in gebruik genomen op 01/12/1855

Dendermonde – Lokeren (14 km) in gebruik genomen op 13/02/1856

Aalst – Schellebelle (10 km) in gebruik genomen op 01/05/1856

Brussel – Ternat – Denderleeuw (24 km) in gebruik genomen op 10/05/1856

Er wordt in totaal 108 km spoor aangelegd door de Société Anonyme du chemin de fer Dendre-et-Waes et de Bruxelles vers Gand par Alost.  Het traject van Denderleeuw naar Aalst was gemeenschappelijk.


In Den Denderbode van 2 december 1855 lezen we : "De opening van den dienst des yzeren wegs tusschen Dendemonde en Ath en vice-versa heeft van daeg, plaets gehad."

Biografie Jean-Pierre Cluysenaar


Jean-Pierre Cluysenaar wordt op 28 maart 1811 in Kampen-aan-de-Ijsel (Nederland) geboren en verhuist in 1817 naar Gosselies De vader van Jean-Pierre Cluysenaar werkt ten tijde van het Hollands bewind immers als ingenieur bij Bruggen en Wegen. Op 16-jarige leeftijd werkt hij in dienst van professor Smochtins, die op zijn beurt werkt in dienst van architect Suys (hofarchitect van Willem I, prins van Oranje) en die de werken coördineert aan de koninklijke gebouwen. Van 1831 tot 1835 is Cluysenaar Suys’ medewerker. Nog geen 30 jaar oud en barstend van talent, ziet hij brood in de aanleg van grote overdekte galerijen. Bij de realisatie van een project te Antwerpen blijft het resultaat uit en de galerij wordt zelfs afgebroken. Doordat de stad Brussel in die tijd bijna bankroet was, zoekt en vindt hij een financiële partner in de bankierswereld met name J.-A. De Mot (die later de opdracht zou geven tot het ontwerpen van de vele stationsgebouwen langs de Dender-Waeslijn). Op 1 juli 1847 wordt de nieuwe galerij (met een lengte van 200 meter) geopend voor het publiek. Hij levert hier zijn visitekaartje af als architect.


Hierna volgt een hele reeks monumenten, kastelen, kerken, hotels, burgershuizen. In ontwerpen zoals bij de Magdalenamarkt toont hij zich de voorloper van het eclectisme : in één ontwerp verschillende stijlen toepassen, maar zonder ze met elkaar te vermengen. Hij sterft in de nacht van 16 op 17 februari 1880 te Brussel. Foto van J.-P. Cluysenaar uit het boek Une Famille d'Artistes : Les Cluysenaar par Madame Veuve Henri Hymans, née Fanny Cluysenaar

Visie van Cluysenaar op de spoorwegarchitectuur van de Dender-Waaslijn


Cluysenaar brengt in 1855 het boek uit (CLUYSENAAR, Jean-Pierre. Batiments des stations et maisons de garde. Chemin de fer de Dendre-et-Waes d'Ath a Lokeren et de Bruxelles vers Gand par Alost. Bruxelles. B. Van der Kolk. 1855) met de ontwerpen van de stations en wachtershuisjes (die echter nooit werden gebouwd) van de Chemin de Fer de Dendre et Waes. In zijn voorwoord (getekend 15 november 1855) schetst Cluysenaar een visie van de lijn die vertrekt te Brussel aan het Noordstation van de Staatsspoorwegen om via Laken, Jette en Ternat naar Denderleeuw te leiden.

Cluysenaar : "Het kompas draait nadien richting zuiden om doorheen de Dendervallei via Ninove, Idegem, Zandbergen, Geraardsbergen, Acren, Lessines, Papignies en Rebaix naar Ath te leiden terwijl het andere deel vanaf Denderleeuw noordwaarts gaat tot Aalst om zich daar te splitsen in een tak richting Lede en zo naar Wetteren waar wordt aangesloten op de Staatsspoorwegen en een andere tak dia via Gijzegem in Oudegem aansluit op de Staatsspoorwegen en via Dendermonde gaat om nadien via Zele naar Lokeren te leiden (centrum van het Waasland)". Het tracé wordt uitgetekend door de Chef Ingenieur van Bruggen en Wegen, de heer Desart en de concessie wordt verleend aan de heren De Mot en Gendebien die met de financiële steun van de Société génerale pour favoriser l'industrie nationale de Société Aonyme du chemin de fer de Dendre-et-Waes gesticht hebben die eigenaar is van de concessie. Oorspronkelijk staan de kunstwerken (gebouwen) van de Société Anonyme du chemin de fer de Tournai à Jurbise model voor de nog op te richten constructies langs de nieuwe spoorlijn, maar Cluysenaar kan dankzij het artistiek gevoel van de Maatschappij afscheid nemen van de tot nu toe gevolgde tradities in België en hij kan zich inspireren voor de bestemming van elk gebouw en het karakter van de omgeving. Cluysenaar ontwerpt een groot aantal stations op deze lijn. Zijn ontwerpen kent hij een ideologie toe. Citaat van Jean-Pierre Cluysenaar : "Dankzij het artistiek gevoel van de Maatschappij heb ik me aan de tot nu toe in België gangbare traditie kunnen onttrekken en me een idee kunnen vormen van de bestemming van elk gebouw en van de aard van zijn omgeving".


Hij vervolgt met : "Al te veel is eentonigheid een oorzaak van verveling op een spoorweglijn waar de rails op identieke wijze blijven doorlopen en waarvan de gebouwen elkaar eenvormig blijven opvolgen. Zelfs vanuit een trein die op volle snelheid rijdt, houdt de reiziger ervan om naar verschillende voorwerpen te kijken die van tijd tot veranderen". Cluysenaar verwijst uitdrukkelijk naar de spoorweg van Baden (in Duitsland) : "Iedereen is er van overtuigd dat het pittoreske landschap en de verscheidenheid van de gebouwen die op deze lijn liggen er zeker toe bijgedragen hebben aan de charme van de uitstap".

In 1859 geeft de architect ook een boek uit over andere ontwerpen. (CLUYSENAAR, Jean-Pierre. Maisons de campagne, chateaux, fermes, maisons de jardinier, garde-chasse et ouvriers, etc. executes en Belgique. Bruxelles. B. Van der Kolk. 1859)


De Société Anonyme du chemin de fer de Dendre-et-Waes doet tijdens zijn bestaan gouden zaken en op 1 mei 1876 koopt de Staat de concessie terug !